Wat is Jenaplan?
Geschiedenis van het Jenaplan
Het Jenaplan is ontstaan door professor Peter Petersen uit Jena. In 1923 werd Petersen hoogleraar Erziehungswissenschaft in Jena. In 1924 startte een bescheiden experiment met een andere opzet van het onderwijs, waarbij kinderen in een naar leeftijd gemengde groep, stamgroep genoemd onderwijs kregen. Dit groeide vervolgens uit tot een school voor 6-15 jarigen, later uitgebreid met een Kindergarten en groepen voor speciaal onderwijs. Belangrijk was ook het onderzoek in de praktijk padagogische Tatsachenforschung) dat in deze school verricht werd, met name ook door Petersens vrouw, Else. Na de oorlog ontwierp Petersen op grond van zijn ervaringen en inzichten een totaalopzet voor het onderwijs voor kinderen van 4-18 jaar. Zijn onderwijskundige hoofdwerk is de Führungslehre des Unterrichts, vertaald als Van didactiek naar onderwijspedagogiek. Tijdens de Nazi-tijd stonden Petersen en zijn school onder grote druk, maar de school kon open blijven. Dit heeft geleid tot kritische beschouwingen over de persoon en denkbeelden van Petersen. Hij doorstond de de-nazificatie processen na de oorlog en de Jenaplanbeweging in ons land heeft de kritiek op zwakke plekken in het Jenaplan van Petersen serieus genomen in de eigen basisprincipes en in de aandacht voor kritisch denken. Na de oorlog, toen Jena in de Russische bezettingszone lag, kreeg Petersen problemen met de communistische autoriteiten en in 1949 werd de school gesloten. Hij emigreerde naar West-Duitsland, waar hij in 1953 overleed.
In de jaren ’50 en ’60 ontstonden er verschillende jenaplanscholen in West-Duitsland. Bij de schaalvergroting in het onderwijs in de ’60 verdwenen er een deel van deze jenaplanscholen.
Jenaplan in Nederland
In ons land ontdekte Suus Freudenthal- Lutter (1908-1986) in 1955 het Jenaplan van Petersen. Zij was als internationaal secretaris actief in de Werkgemeenschap voor Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs, waarvan Kees Boeke toen voorzitter was. Als moeder was zij teleurgesteld in het onderwijs aan haar kinderen. In het Jenaplan van Petersen ontdekte zij de school waar zij al lang naar op zoek was. Met al haar denkkracht, energie en organisatietalent mag Suus Freudenthal met recht de moeder van de Nederlandse Jenaplanbeweging genoemd worden. In 1968 werd de Stichting Jenaplan opgericht. Er verscheen ook een kwartaaltijdschrift, Pedomorfose (dat in 1981 stopte en enkele jaren later werd opgevolgd door het blad Mensen-kinderen). De eerste Jenaplanschool in ons land dateerde van 1962. Het aantal scholen groeide snel.
Jenaplanscholen
In ons land zijn ruim 220 Jenaplanscholen. Deze zijn aangesloten bij de Nederlandse Jenaplanvereniging (NJPV) met ongeveer 45.000 kinderen. De meeste jenaplanscholen zijn basisscholen. De naam Jenaplanschool (hoewel onbeschermd) komt toch allereerst toe aan scholen die lid zijn van de NJPV en daarmee de gezamenlijke basisprincipes onderschrijven. De Jenaplanscholen vormen een onderdeel van de samenwerkende bewegingen van vernieuwingsscholen Montessori, Vrije School, Dalton en Freinet en anderen georganiseerd in de Samenwerkende Organisaties voor Vernieuwings-onderwijs (SOVO). Deze samenwerking tussen de vernieuwingsrichtingen wordt steeds intensiever, onder de noemer De pedagogische school.
Internationaal
Ook internationaal zijn er veel Jenaplan-contacten. Er zijn Jenaplanscholen in Duitsland, België (de Ostkantonen en ook enkele in Vlaanderen, met bovendien een Studiegroep Jenaplan in Vlaanderen), de Tsjechische Republiek, Hongarije, Rusland, Roemenië en andere landen in Oost- en Midden Europa, beginnende ontwikkelingen in Oostenrijk, Franstalig België en elders. Bovendien zijn er contacten met zeer verwante scholen en instellingen in Groot Brittannië en de USA.
Opleiding, nascholing, begeleiding, ondersteuning
Vanaf 1974 ontwikkelden zich opleidingen voor Jenaplanonderwijs, als verbijzonderingen binnen een aantal PABO's. Vanaf 1981 ontwikkelde zich de nascholing. In 1986 werd het Jenaplandiploma (te behalen in de initiële opleiding en via nascholing) door het Ministerie erkend als aanvullend bewijs van bekwaamheid dat een bevoegd gezag bij benoemingen kan eisen. In 1974 kwam er een landelijk medewerker voor het Jenaplan-onderwijs bij de Landelijke Pedagogische Centra, gestationeerd bij het CPS. Er ontwikkelde zich, geschoold en ondersteund door deze landelijk medewerker, een netwerk van medewerkers met een Jenaplan- verbijzondering van schoolbegeleidingsdiensten. Later (vanaf 1990) kwam daar de Stichting Jenaplan Ondersteuning (SJPO) bij, als landelijk opererende ondersteuningsinstelling, inmiddels omgedoopt tot Landelijk Bureau voor Vernieuwend Onderwijs (LBVO) en tevens werkzaam voor andere vernieuwende scholen, waaronder Freinet- en Montessorischolen.
Regio's van scholen vormen de basis van de NJPV en leveren vertegenwoordigers in een landelijk bestuur, de Verenigingskring. Een functioneel leider is voor enkele dagen per week vrijgesteld om het werk van de vereniging te coördineren. Jaap Meijer is op dit moment functioneel leider. Vanaf 1999 kent de NJPV de functie van studiesecretaris, ingevuld door Kees Both. Dit gebeurde nadat CPS de functie landelijk medewerker voor Jenaplan heeft opgeheven.
Inhoudelijke vernieuwing
Bij de voorbereiding van de nieuwe basisschool werden de traditionele vernieuwingsscholen expliciet betrokken. De wetgeving draagt daarvan ook de sporen, tot in de meest recente kerndoelen toe. De laatste tien jaar hebben de Jenaplanscholen veel energie besteed aan de inhoudelijke vernieuwing van hun onderwijs, door het laten ontwikkelen van een nieuw leerplan voor wereldoriëntatie, van werkdoelen voor taalonderwijs en van een visie op reken- wiskundeonderwijs en verder invoeringsprogramma's op verschillende terreinen. Ook werd en wordt onderzoek verricht, o.a. naar functioneel aanvankelijk lezen en de stamgroepstructuur van scholen, o.a. de stamgroep van tweede- en derdejaarskinderen. Recent werd een actueel concept voor Jenaplanbasis-onderwijs ontwikkeld en een visie op voortgezet onderwijs volgens Jenaplan. In het tijdschrift Mensen-kinderen (5 keer per jaar) wordt over deze ontwikkelingen bericht, wordt commentaar gegeven en advies m.b.t. actuele ontwikkelingen, worden inkijkjes gegeven in de schoolpraktijk en worden lezers geïnformeerd over bijeenkomsten, cursussen en het beleid van de NJPV.
Wat is Jenaplan
Een Jenaplanschool is een gemeenschap die kinderen, leraren en ouders omvat. Leraren zijn er professionele opvoeders. Ouders hebben een deel van de opvoeding van hun kinderen aan de school overgedragen, maar ze spelen in het onderwijs op allerlei niveaus een belangrijke rol. Zonder hun medewerking is de school tot weinig in staat. De leraren mogen daarom een bewuste keuze van de ouders voor de school verwachten. Het onderwijs in de school is gericht op de opvoeding van kinderen en omvat daarom veel meer dan het aanleren van schoolse kennis en vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Kinderen leren in een Jenaplanschool veel. Ze doen dat door deel te nemen aan de zgn. basisactiviteiten, spreken, spelen, werken en vieren. De school gaat er vanuit dat kinderen heel verschillend zijn. Dat wordt niet gezien als hinderlijk, integendeel. Omdat kinderen zo veel van elkaar verschillen kunnen ze veel van elkaar leren. Om die reden worden ze in stamgroepen geplaatst die bestaan uit kinderen van verschillende leeftijden, zoals dat ook in een gezin het geval is.
Elke stamgroep heeft een groepsruimte, een zo huiselijk mogelijke omgeving, die samen met de kinderen ingericht is en beheerd wordt. Zo leren ze verantwoordelijk te zijn voor de ruimte, hun ruimte.
Leren leven met verschillen
Mensen zijn verschillend en dat is maar goed ook. Dan kun je van elkaar leren - mensen van verschillende leeftijd en levenservaring, verschillende rassen en culturen, mannen en vrouwen, verschillende levensbeschouwelijke achtergronden enz. In een Jenaplanschool komen grote verschillen in eigenschappen, achtergronden en capaciteiten voor. Het is onrechtvaardig om die te negeren. Dat gaat ten koste van allen die andere dan gemiddelde mogelijkheden hebben, van zwakkeren die recht hebben op extra hulp en bescherming. Van kinderen die zich in een langzamer tempo ontwikkelen of van kinderen die meer aankunnen dan hun leeftijdgenoten. Kinderen wordt in een Jenaplanschool geleerd op een rechtvaardige en vreedzame manier met verschillen te leren omgaan. Respect voor anderen en eerbied voor het leven zijn belangrijke waarden in een Jenaplanschool. Een gevolg van het formeren van stamgroepen is dat de positie van kinderen na elk jaar verandert: Een jongste wordt middelste, een middelste wordt oudste, enz. Daardoor doen de kinderen belangrijke sociale ervaringen op. In dit opzicht zelfs meer dan in een gezin mogelijk is. De groepsleid(st)er helpt de kinderen bij dit ingewikkelde leerproces.
Wereldoriëntatie
In een Jenaplanschool is de wereldoriëntatie het belangrijkste vormingsgebied. Kinderen leren daarin om te gaan met de natuur om hen heen, de mensen dichtbij en verder weg en met vragen rond de zin van het leven en de wereld. Dat doen ze door vaak de school uit te gaan en omgekeerd, de wereld in de school te halen: mensen en dingen, te luisteren naar verhalen, door zelf waar te nemen en te experimenteren, zelf vragen te stellen en op zoek te gaan gaan naar antwoorden in een documentatiecentrum en bij mensen met kennis en ervaring. De kinderen zijn, kortom, ontdekkend en onderzoekend bezig, vaak in de vorm van projecten. Zodoende wordt de wereld steeds groter en ruimer en leert het kind zelf een mening te vormen. Voor het gehele leerplan van elke Jenaplanschool geldt dat het voldoet aan wat de wet eist. De eisen zijn omschreven in de zgn. kerndoelen. Er is daarom geen enkele reden om er bang voor te zijn dat het kind niet genoeg leert: ouders stellen daarover nog al eens vragen omdat ze al gauw geneigd zijn te denken dat een andere werkwijze in dit opzicht nadelen oplevert. Het leren op een Jenaplanschool gebeurt in een sfeer waarin een kind zich veilig voelt. Het kind krijgt taken die uitdagend zijn en die het aan kan, die het kind voldoende vrijheid laten voor een eigen invulling, maar die tegelijkertijd geen gelegenheid bieden voor vrijblijvend "meedoen".
Leren is belangrijk
Hoe kom je aan informatie over iets dat je graag wilt weten? Hoe onthoud je het allemaal? Hoe vertel je het aan je groepsgenoten, die ook nieuwsgierig geworden zijn?
Informatie moet vaak gelezen worden. Je kunt informatie goed onthouden als je de kernpunten op kunt schrijven. je kunt anderen mondeling of schriftelijk verslag doen. Om conclusies uit een grafiek te trekken moet je verbanden kunnen leggen. Op de Jenaplanschool is het daarom ook nodig dat je leert lezen, schrijven en rekenen. Om dit soort zaken doelmatig aan te leren wordt er geregeld aan groepen kinderen die aan dezelfde leerstof toe zijn (vorderingengroepen) les gegeven: de instructies. Soms gebeurt dat binnen de stamgroep, soms gaan de vorderingengroepen dwars door de hele school heen, afhankelijk van de schoolgrootte. Kinderen worden gestimuleerd naar hun beste kunnen te presteren. Cijfers komen dan ook niet voor op een Jenaplanschool. Jenaplanscholen kennen een andere rapportagevorm, die meer recht doet aan de totale ontwikkeling van het kind. Herhaald onderzoek heeft aangetoond dat meetbare leerprestaties van kinderen op een Jenaplanschool op het gebied van lezen, schrijven en rekenen-wiskunde even goed zijn als in andere scholen het geval is: dat is opmerkelijk omdat in Jenaplanscholen zo veel meer gebeurt. Een overstap naar een Jenaplanschool voor voortgezet onderwijs is natuurlijk voor kinderen en ouders het meest plezierig; helaas is dat in veel regio's nu nog niet mogelijk.
Gesprek, spel, werk en viering
We onderscheiden vier basisactiviteiten waarin mensen leven en leren; we leren niet alleen door met pen, papier en het hoofd bezig te zijn.
Door met elkaar in gesprek te zijn kunnen we elkaar informeren en elkaar leren begrijpen. Tijdens het gesprekken in de kring worden de plannen gemaakt en wordt voor een deel het werk besproken. Door samen te spelen leren we rekening met elkaar te houden. Ook maken we al spelend iets wat we meegemaakt hebben tot iets van onszelf. Onder werk vallen de instructiemomenten en de blokperioden, waarin kinderen zelfstandig met het werk bezig zijn. Door samen te vieren b.v. in een weekopening- of sluiting leren we elkaar wat ons hoofd en hart heeft beziggehouden; we brengen gevoelens op elkaar over. Deze basisactiviteiten wisselen elkaar af. Deze afwisseling is vastgelegd in het ritmisch weekplan.
Allemaal verschillend
Zoals alle mensen verschillend zijn, ook al zijn ze lid van een groep, zo zijn ook alle Jenaplanscholen verschillend. Een stadsschool zal anders zijn dan een streekschool. Elk team heeft weer andere sterke en zwakke kanten. Wel zijn alle Jenaplanscholen aan te spreken op de 20 Jenaplan basisprincipes.
In Nederland zijn nu ruim 220 scholen die aangesloten zijn bij de Nederlandse Jenaplan Vereniging (NJPV), waaronder openbare, protestants-christelijke, katholieke en algemeen bijzondere.
De Jenaplanuitgangspunten zijn natuurlijk niet door de NJPV "uitgevonden" Het Jenaplanconcept werd al tussen 1920 en 1950 ontwikkeld door Peter Petersen op de Universiteitsschool in Jena. Het concept wordt voortdurend aangepast aan de omstandigheden in het onderwijs hier en nu.
Bron: www.jenaplan.nl

